De ergste vorm van ongelijkheid is proberen ongelijke dingen gelijk te maken

By | June 25, 2016

AAEAAQAAAAAAAAlOAAAAJGZmYzgzYmE1LWJjOWYtNDZiOS04NzkyLTgzOTdhNjM0ZDgwOQIk maak mij ernstig zorgen over de (uit)werking van het democratische bestel en voortvloeiend (pre)conventioneel beleid, kijkend naar de karakteristieken van populaties. In hoeverre kan een democratie van haar populatie, waarvan een dominant gedeelte middelbaar of lager is opgeleid en derhalve niet altijd over kennis beschikt over bepaalde thema’s, verwachten dat zij in staat zijn weloverwogen opinie te vormen en keuzes te maken als het bijvoorbeeld gaat om de Europese Unie of (generieke) maatschappelijke issues die op de politieke agenda staan? Het is evident dat we gebukt gaan onder de tirannie van de meerderheid (Aristoteles, Plato, Mill).

In essentie is de democratie een mooi systeem, maar in hoeverre kan er nog gesproken worden van een rechtvaardig systeem in dit verband?
´De ergste vorm van ongelijkheid is om te proberen ongelijke dingen gelijk te maken’, aldus Aristoteles en dat is exact wat de democratie in de huidige context bewerkstelligd. Misschien mag dit de democratie niet a priori worden verweten, daar de feitelijke problematiek veeleer geworteld is in gebrekkig onderwijs, echter mag niet miskend worden dat de democratie vanuit de huidige context hier ook een faciliterende rol speelt.
We gaan uit van het gelijkheidsbeginsel in rechten en plichten welke derhalve gelijkwaardigheid impliceert. En hier zit dan ook een fundamentele (ontwerp)fout mijns inziens.
We zijn als mens gelijk, maar geenszins gelijkwaardig in mijn optiek.
In de democratie kent het nu een uitwerking die vergelijkbaar is met het vragen aan een 5 jarig jongetje welke hypotheekvorm genomen moet worden. We kunnen het natuurlijk ook minder ‘denigrerend’ geheel omdraaien; een junior accountant, zonder laservaring of kennis, een ervaren lasser adviseren hoe zijn laswerk te doen. Dit is volstrekte idiotie. Het moge evident zijn dat dit een desastreuze uitwerking kan hebben. Ergo: het gelijkheidsprincipe dient fundamenteel te worden herzien.

Ten aanzien van de Europese Unie; de EU is een complex apparaat. Niet ontkend mag worden dat er tal van zaken mis gaan. Maar dit geldt ook voor het fundament en resultaat die een grote groep totaal over het hoofd ziet, of waarschijnlijk niet eens weet, namelijk het voorkomen van oorlog, het stimuleren van vrije handel, het waarborgen van mensenrechten, het vergroten van welvaart onder haar burgers en het zorgen voor een sterke concurrentiepositie ten aanzien van de Verenigde Staten en Azië.
Dat veel mensen dit niet weten neem ik niemand kwalijk. Wel neem ik het ‘leiders’ kwalijk dat niet wordt ingezien dat het ‘Anti-Europese Unie sentiment’ weinig met de EU heeft te maken.
Het is evident een beklag over de ongelijke distributie van macht, welvaart en sociale status (‘de vluchtelingen krijgen wel een woning waar wij jaren voor moeten wachten, en zij krijgen wel geld van de overheid en ons laten ze stikken’).
En dit houdt verband met een falend kapitalistisch systeem, maar die link wordt helaas maar weinig gezien.


Comments are closed.